‘Fris voor de klas’
Ervaringen van een onderwijsbegeleider

reageer-knop-paars-wit

stempel-frissevisie-def

stempel-frissevisie-def

terugpijl-zwart

balk-rb-frisse-visie

Pile-NY-2

 

Inleiding

 

De ontwikkelingen in het basisonderwijs van de laatste jaren zijn fors: de rugzakjes zijn afgeschaft, scholen moeten zich specialiseren in enkele competenties. Leerkrachten werken vol op met toetssystemen, groeps- en leerlingplannen. De ambulante begeleiders worden door bezuinigingen verminderd en de klassen blijven groot. Dan komt daar nog bij dat we in een computer en internet tijd leven, waardoor het onderwijs verandert. De leerkrachten moeten mee in veranderingen en moeten zelf natuurlijk ook de computersystemen leren. Het onderwijs verandert en verandert. Worden leerkrachten eigenlijk wel geholpen? Het lijkt nu alsof ze vooral overladen worden met taken. Om deze reden hier in JIM EN JOY een plek om de mensen uit het onderwijs aan het woord te laten. Dit nummer starten we met ervaringen van een onderwijsbegeleider. Marjolijn Homringhausen geeft allerlei voorbeelden uit de praktijk. Ze werkt op hele verschillende plekken en maakt van alles mee. Deze keer dus een reeks van voorbeelden. In de volgende Jim en Joy een visie van hoe het onderwijs een goede richting op zou kunnen gaan. Nu is het vooral onduidelijk voor alle partijen wat er gaat gebeuren. We willen hier niet een geijkt verhaal vertellen, maar de lezer mee laten denken -in een aantal nummers JIM EN JOY- wat er allemaal op je afkomt als leerkracht en begeleider in het onderwijs en wat er gaat gebeuren met speciale leerlingen.

paarse-bol

Schrijf op, ‘dieven’.
Ik spreek het woord zo goed mogelijk uit (met een ferme v). Bas is geconcentreerd, hij klapt eerst het woord ‘die-ven’ met zijn handen, terwijl hij hardop nadenkt. “De ie klinkt als een open lettergreep, dan wordt de ‘ie’ van ‘dief’ een i in meervoud. Bas schrijft het op zijn krabbelblaadje, ‘diven’. “Nee, dat ziet er niet goed uit, andere regel dus. Er zit ook een ‘f’ in, achteraan bij ‘dief’. De f wordt een v in het meervoud. (Bas schrijft het op en kijkt.) Ja, dit is goed.” Bas schrijft het woord op zijn antwoordformulier van de CITO Spellingtoets. Bas mag in het kamertje bij mij zijn toets maken, hij heeft meer tijd en een rustige plek nodig om zijn spellingtoets van CITO te maken omdat hij bij elk woord hardop zijn categorieën toepast en het vervolgens nog moet uitproberen om te kijken of het goed staat. Bas heeft PDD-NOS, ADHD en een bovengemiddelde intelligentie. Hij redt zich prima zo. Elk woord krijgt bij hem dezelfde procedure. Er wordt op de deur geklopt. Een jarige met 2 vriendjes stappen binnen. Ik werp een blik op Bas om te zien of het hem stoort bij zijn procedure. Dat is niet zo, Bas gaat gewoon verder met zijn woord. Ik stop dus even, feliciteer de jarige, schrijf mijn naam op de kaart, plak een stikker en ontvang een cup cakeje. De jarige is weg. Bas kijkt gebiologeerd naar het cakeje. Het leidt hem af. Er komt eerst een verhaal over en dan voegt hij eraan toe dat hij er dol op is. We moeten echter nog verder met de toets. Ik beloof Bas mijn cakeje als hij zijn toets af heeft. Ik voeg er nog aan toe dat hij die dan wel in dit kamertje moet opeten. “De kinderen uit je klas hoeven niet te weten dat jij een cakeje hebt gehad, dan moet ik hen ook een stukje geven en dan zou ieder maar een kruimeltje krijgen.” Ik vraag Bas of hij begrepen heeft wat ik bedoel. Hij knikt. Ik leg het cakeje uit zijn zicht en uit de geurzone. Bas kan dit nu prima parkeren. Hij kent me goed, hij weet dat ik me vooral aan de afspraken met hem houd. Dan is zijn toets af. Bas pakt zijn cakeje en stormt naar de deur. Hij doet de deur van het kamertje open en blijft precies met de neuzen van zijn schoenen tegen de drempel aan staan. Hij propt het cakeje in zijn mond en ziet zijn klasgenoten aan de overkant van de gang. Hij zwaait en laat hen zijn cakeje en de inhoud van zijn mond zien. “Wat ben je nou aan het doen!!?” roep ik wat verontwaardigd. “Wat hadden we nou afgesproken??” Bas met een stomverbaasde uitdrukking op zijn gezicht: “Ik doe toch wat je gevraagd hebt? Ik eet het toch in het kamertje op?” Dan schiet ik in de lach, ik merk dat hij het echt niet begrepen had. Een sociale situatie uitleggen aan kinderen met autisme vergt meestal meer tijd en ruimte. Wél heeft hij precies gedaan wat ik vroeg, het cakeje in het kamertje opeten. Hij stond echt vlak voor de drempel stil. Mijn reden waarom heeft hem niet bereikt. Er zijn absoluut andere mogelijkheden dit uit te leggen en aan te leren. Stel dat ik dit voorbeeld eruit zou liften, het op een andere dag anders zou gaan uitleggen onder het thema ‘zien eten, doet eten’ bijvoorbeeld, dan had ik meer kans van slagen gehad. Ik zou omgangsregels aan de situaties vastkoppelen die hem zouden helpen zich aanvaardbaar te gedragen in dit soort situaties. Helemaal goed inschatten wat sociaal en emotioneel aanslaat en beklijft, blijft lastig.

Marjolijn Homringhausen
In het dagelijks leven begeleid ik leerlingen in het onderwijs. Momenteel als gedragsspecialist, begeleider van gedrag en als intern begeleider. Ik werk nu voor het grootste deel in vast dienstverband en daarnaast werk ik ook zelfstandig met mijn bedrijf ZIG. Mijn wens is om mijn ervaring in het onderwijs te kunnen gebruiken zodat dit mogelijk een inspiratie-, vertrek- en/of ontwikkelpunt kan zijn dat ten goede komt aan ons onderwijs.
 
Ik was jarenlang basisschoolleerkracht van groep 1-8. Ik deed dat met heel veel plezier, maar was toe aan een nieuwe stap. Dus ik ging me specialiseren en ik ging op zoek.
Ik sprong een gat in de lucht toen ik werd aangenomen als intern begeleider binnen het regulier onderwijs in nota bene mijn eigen regio!
Ik ben verzekerd van inkomen en kan mijn eigen praktijk erbij voeren. Ik ben terecht gekomen in een warm bad met vele uitdagingen en geweldige collega’s. Als intern begeleider begeleid je onder andere leerkrachten. Met de komst van passend onderwijs worden er meer vaardigheden van leerkrachten verwacht dan daarvoor. De lijst met competenties voor de leerkracht is zelfs enorm toegenomen. Ik zie dat leerkrachten vooral uit passie werken en proberen dit alles toch maar weer voor elkaar te krijgen. Hollen van hot naar her terwijl ze zorgen dat ze hun werkplezier behouden. Toen werd mij al duidelijk dat er erg veel gevraagd wordt van de leerkrachten, maar het werd nog erger.

balk-lo-frisse-visie

Met de komst van passend onderwijs worden er meer vaardigheden van leerkrachten verwacht dan daarvoor. De lijst met competenties groeit weer.

Daarna ben ik gaan werken als ambulant begeleider cluster 4 (= gedrag). In deze functie vóór de wet op passend onderwijs (01-08-2014) was het mijn taak om leerlingen met een rugzak binnen het reguliere basisonderwijs te houden. Scholen voorzag ik van handelingsadviezen. Ik had direct te maken met de leerling, de leerkracht, intern begeleider en de ouders van de leerling. Voor leerlingen met een beperking binnen het reguliere onderwijs was een budget beschikbaar gesteld. Daar was de wet op leerlinggebonden financiering voor, voor extra mogelijkheden in begeleiding op school. In deze periode kwam ik op veel verschillende scholen binnen de provincie. Ik deed dan ook veel verschillende ervaringen op. Met de komst van passend onderwijs is de rugzak afgeschaft. Leerkrachten hebben meer leerlingen in de klas die speciale ondersteuning behoeven. De leerkracht wordt geacht voor al zijn leerlingen tijd en ruimte vrij te maken en ze te geven wat ze nodig hebben. De lijst met taken voor de basisschoolleerkracht is hiermee weer gegroeid.

paarse-bol

De evolutietheorie mag niet
Ik zit achter in de klas en observeer een jongen van 10 jaar in zijn klaslokaal zo onopvallend mogelijk. Een voor mij nieuwe leerling. De jongen is gediagnosticeerd met ADHD en PDD-NOS. Zijn juf vertelt over veen, laagveen en hoogveen. Ze vertelt dat in het veen vele voorwerpen gevonden zijn waardoor we veel meer over vroeger te weten zijn gekomen. Juf vertelt met duidelijke stem, de kinderen zijn stil. De kinderen luisteren betrokken. Juf weet hen te boeien, ze ziet er vlot en jong uit. Haar haar is in een kort punkachtig model geknipt en ze is gekleed volgens de laatste mode, ze vertelt kleurrijk en maakt grapjes wanneer de aandacht dreigt te verslappen. De jongen die ik observeer bekijkt de plaatjes in zijn boek en kijkt af en toe naar zijn juf. Hij is helemaal met het onderwerp bezig en hij steekt tijdens haar verhaal, als enige, zijn vinger op. Zeer betrokken. Juf lijkt verrast door de vinger, ze stokt wat met haar verhaal en haalt haar wenkbrauwen op. Ze deelt haar verbazing met de klas. “Ik zie dat er een vinger is…?” Is juf niet gewend aan vingers tussen haar verhaal door? Verbaast de vinger van de jongen haar? Juf geeft aan dat hij het mag zeggen. “Juf, ik was bij mijn oma en daar keek ik in de Panorama en daar zag ik een soort stripverhaal van een aap. Hij leek eerst op een aap, toen ging hij meer rechtop lopen en toen … was het een mens! Dat is ook iets van vroeger, wij waren eerst apen!” Juf valt even stil, ze lijkt minder ad rem. Ze zegt dan: “Zo…., denk jij dat?” Het gezicht van de jongen krijgt wat minder overtuiging…. “Ja…uh, dat had mijn oma ook gezegd toen.” Het gezicht van de juf nu wat gespannen. “Weet je wat ik denk? Ik denk dat De Here ons geschapen heeft!” Dit komt er echt heel streng uit, de klas zit strak, evenals de leerling. Ik weet niet of ik moet ingrijpen. Zij heeft het recht dit geloof te hebben, maar ik vind dat de jongen ook zijn verhaal mag geloven Ik ben ook enorm verbaasd dat dit gebeurt bij zo’n moderne juf! Kinderen zien hun juf als voorbeeld. Ik wil dit dus aan de kaak stellen, mag je dit doen of mag dit niet? Zij mag het geloven, maar mag ze het zo overbrengen op haar leerlingen?

kleurenvlak-paars-langer

Om deze activiteiten rondom de leerling met speciale onderwijsbehoeften goed uit te kunnen voeren, houdt de leerkracht zijn professionele ontwikkeling bij door het volgen van cursussen: “het digitaal onderwijsopslagsysteem”, “leren signaleren”, “komen tot interventies”, “omgaan met gedrags- en leerproblemen”, “groepsplan maken”, “doelen stellen”, “gesprekken met ouders”, “gesprekken met kinderen”, “pesten”, “sociale vaardigheden”, “opbrengstgericht werken” of een werkpleziercursus “Fris voor de klas”……..
 
Sta je dan nog fris voor de klas?

– Aanpassingen realiseren en organiseren van deze leerlingen met ondersteuning (wordt instructie bijvoorbeeld visueel ondersteund, individueel gegeven, in aangepaste kleinere beetjes leerstof met vaker een controle/bevestiging/beloning, op de gang of in de klas achter een scherm?)
 
– Werken aan het welbevinden van en met de leerling, doet de leerling wel voldoende succeservaringen op?

 

– Doelen stellen met deze leerlingen, onderzoeken of deze doelen haalbaar zijn, niet te hoog gegrepen, maar het mag ook zeker niet te laag! Je moet de leerling betrekken bij het plan (de goals die de leerling denkt te behalen). Dus amen met de leerling het plan opstellen en de terugkoppeling naar ouders en de intern begeleider. Dit verslagleggen, opslaan en regelmatig evalueren met kind, ouders, intern begeleider.

– Uitzoeken hoe tegemoet te komen aan speciale onderwijsbehoeften. Hoe wordt dan de organisatie in de klas? Kan ik dit zelf? Welke hulp heb ik nodig? Welke routes lopen bij aanvraag extra ondersteuning? Bij de gemeente? Hoe? Samenwerkingsverband? Dus ook overleg met intern begeleider en ouders. Vervolgens samen invullen van onderwijsondersteuningsaanvragen. Deze insturen en in spanning afwachten of de aanvragen retour komen, aangevuld moeten worden, nog meer uitgeprobeerd moet worden in de klas of … zelfs tot de basisondersteuning blijken te behoren. Dat betekent dat je het zelf maar moet oplossen. Dit is een basistaak van de basisschoolleerkracht in het passend onderwijs.

– Inzet en opbrengsten communiceren naar en mét ouders/leerling/intern begeleider en vastleggen in digitaal opslagsysteem.
 
– Onderzoeken wat deze speciale onderwijsbehoeften kunnen zijn. Dat is overleg met intern begeleider, ouders, leerling en het zijn mogelijk aanvullende toetsen. Dit moet worden verslaggelegd en opgeslagen in het digitale opslagsysteem.

– Signaleren van leerlingen met speciale onderwijsbehoeften. Dat is toetsscores bestuderen, observatie in de klas en uit logboek, registraties vanuit een sociaal-emotioneel registratiesysteem, vanuit gesprekken met ouders/leerling en klasgenoten/vriendjes/collega’s/intern begeleider.
 
– Al wat uitproberen. Dat is verwerken in groepsplan, individueel handelingsplan en vastleggen in digitaal opslagsysteem), kijken wat de opbrengsten zijn, deze ook vastleggen


Taken
basisschool leerkracht

 
Dit is een opsomming van taken / activiteiten van een basisschoolleerkracht en dan alleen nog maar ten aanzien van de leerlingen die misschien speciale ondersteuning nodig hebben.
 
 
Klik hier voor meer

stempel-frissevisie-def

stempel-frissevisie-def

paarse-bol

Leerkracht is duizendpoot
Misschien dat we hier toch nog een heel ander voorbeeld moeten stellen, anders lijkt het net of we het geloof aanvallen en daarna weer bijvallen. Beide vind ik wat ver gaan.
En ik zou ook wel iets willen, waarmee we de te hoge werkdruk van de leerkrachten aan de kaak stellen. Heb je dat?

Dezelfde juf, dezelfde jongen, enkele weken later een observatie in de gymzaal. De klas fietst met juf ernaar toe, ongeveer 10 minuten. Voor mij heeft de juf een fiets geregeld, wat lief! De jongen mag van zijn juf alvast in de gymzaal rondrennen op voorwaarde dat hij anderen niet stoort. Juf zet groepjes kinderen aan het werk om toestellen neer te zetten. De jongen huppelt, springt en rent tussen iedereen door, je wordt er vrolijk van. De jongen slaat tijdens de les wat door, hij blijft huppelen en springen onderwijl wachtend in de rij en daagt verschillende kinderen in de rij uit. Ik vind de kinderen enorm tolerant. Uiteindelijk gaat het toch mis, een leerling pikt het niet meer en doet wat terug. De jongen valt en maakt er een dramatisch schouwspel van. Juf geeft mij een knipoog en speelt het hele spel mee. Ze troost hem en hij mag aan de kant totdat hij weer mee wil doen. De jongen buit de aandacht flink uit en steekt af en toe zijn voet naar voren terwijl er kinderen voorbij rennen en hij ‘rustig aan de kant mag wachten totdat hij weer mee wil doen’. De jongen heeft er plezier in en voert de boel weer op. Opnieuw de boel stil gelegd, afspraken gemaakt en zo verloopt de les tot de eindtijd. In de kleedkamer vraagt juf een jongen, nadat allen zijn omgekleed, alle meiden te halen. Ik ben benieuwd wat er gaat gebeuren. Juf laat de meiden ook op de banken zitten, de tassen moeten op de schoot, de monden dicht en … de handen gevouwen (ogen dicht)…. Gaan ze ineens allemaal bidden!!!?? Niet allemaal, enkele kinderen hoeven niet mee te doen, ik denk dat het Turkse en Marokkaanse kinderen zijn. Ik vraag me af waarom ze dat doet. Tja, de kinderen gaan naar huis na de gymles en komen morgenochtend pas weer op school. Juf bedankt De Here voor de fijne dag waarop we erg veel geleerd hebben, ze vraagt of De Here extra aandacht uit wil laten gaan naar de kinderen die deze week ziek waren. Ook vraagt ze nog hulp aan De Here voor de moeder van een kind uit de klas. Alle kinderen zijn stil en doen ernstig mee, ze menen het echt en maken zich een voorstelling van deze wens, denk ik. De kinderen die niet mee bidden kijken ondertussen naar hun blikje cola of ander drinken wat ze straks mogen opdrinken. Ach, ik vind het echt heel goed dat er wordt aangeleerd aan anderen te denken. Maar ik wist niet dat dit nog zo bestond. En dat ze die kinderen hierin meekrijgen…? Na deze observatie heb ik nog vele scholen gezien waarbinnen het geloof een grote rol speelt. Ik kon bijna hun veiligheid, hun geborgenheid bijna voelen of proeven binnen zo’n gemeenschapje. Is daar wat mis mee? Ik vond eerst van wel.

paarse-bol

pijl

rotonde-marjolijn-IMG_5693

stempel-frissevisie-def

stempel-frissevisie-def

Voor ambulante begeleiders is minder geld – de rugzakjes zijn immers afgeschaft- dus die knokken voor een plekje binnen de samenwerkingsverbanden waar het nog wel kan. De expertise is wel hard nodig op de scholen en samenwerkingsverbanden. Om financiele redenen worden niet alle begeleiders opgenomen, waardoor er weer meer op de schouders van de basisschoolleerkracht neerkomt.

Voor mij als begeleider gold hetzelfde als voor de andere begeleiders. Omdat ik naast mijn begeleidingsspecialisme ongewild filespecialist werd, trok ik de stoute schoenen aan, koos voor de vertrekpremie en maakte een plan van aanpak. Ik kon sowieso verder met mijn eigen praktijk. Als begeleider met eigen praktijk (ZBO’er) moet passie wel je drijfveer zijn. Ik had op dat moment al wel wat cliënten. Deze cliënten kunnen mijn begeleiding uit eigen zak betalen. Het ziet ernaar uit dat het in te toekomst wat makkelijker gaat worden om als begeleider zelfstandig aan de slag te gaan. Registratie van begeleiders is sinds kort mogelijk gemaakt, hetgeen nodig is wanneer je geldstromen ontvangt via instellingen.

paarse-bol

Ralph heeft PDD-NOS
Ralph komt bij mij thuis, in eigen praktijk. Hij heeft mij ontzettend verrast en zorgde dat ik bijstelde. Ralph vertelt me veel over wat er in hem omgaat. Ik leer veel van hem omdat hij veel van zichzelf laat zien. Ralph heeft PDD-NOS, pas op zijn 19de vastgesteld. Ralph vertelt me dat hij het niet nodig vindt om te vertellen dat hij PDD-NOS heeft op zijn school (MBO-2). Hij interesseert zich niet voor zijn klasgenoten, zegt hij. Ik vertel hem dan dat zij zich wel misschien voor hem interesseren. Hij houdt aan dat hem dat niet interesseert. Laatst hadden ze intervisie gehad, vertelt Ralph. Er was toen iets voorgevallen. Hij had namelijk toch bijna gezegd dat hij PDD-NOS had. Ralph vertelt: “We waren met z’n zessen en er zat een grietje bij mijn groep die erom bekend staat dat ze altijd de juiste vragen stelt. Zij vuurde allerlei scherpe vragen op ons af. Ik trek me daar gewoon niets van aan, ik geef korte antwoorden. Dat grietje gaf toen een hele felle vraag aan een ander grietje die bij ons in het groepje zat. Ze vroeg iets als, wat durf jij eigenlijk (ervóór hadden ze het over geheimen hebben)? Ze zei het echt heel scherp tegen dat meisje. Ineens begon dat meisje heel erg te huilen. Ze vertelde daarna haar geheim: dat ze aan epilepsie leed. Ik snap dat niet, dat hoef je toch niet meteen te vertellen? Verschrikkelijk dat huilen, daar kan ik niet tegen.” “Wat deed jij toen?” “Niets, ik ging wat achteruit zitten en deed of het me allemaal niets kon schelen, maar ik vond het wel heel erg.” “Werd ze getroost?” “Ja, iedereen ging naar haar toe, arm om d’r heen en zo en dat ene grietje zei ook sorry.” “Maar jij kon ook even naar haar toe gaan, toch?” “Ja, ik wilde het wel, maar iedereen was er al en ik ben het niet zo gewend, dat is niet echt iets voor mij. Ik dacht toen dat ik haar eigenlijk wel kon troosten door te zeggen dat ik PDD-NOS heb.” “Maar je deed het niet….” “Nee, ik dacht toen dat als ik dat zou zeggen, dat iedereen zich dan op mij zou richten en dan raakt zij haar aandacht kwijt en ze had het net pas gezegd en zo.” “Wauw, Ralph, wat goed dat jij dat inziet en dat je haar vóór liet gaan!” “Nou, ik dacht ook gewoon dat ik er niet zo’n zin in had om iedereen bij me te hebben, maar ook dacht ik dat ik het toch een keer kon gaan vertellen in mijn klas.” Echt geweldig, het getuigt echt van enorm veel gevoel, vind ik. Veel meer dan ik had aangenomen. Wat super dat Ralph mij zoveel over zichzelf vertelt. Een van de 3 hoofdkenmerken van autisme wordt omschreven als moeite met inleven in anderen…. Wat betreft problemen met verbale- en non-verbale communicatie… Ik stelde een leerling met PDD-NOS na de eerste kennismaking de vraag: “Ik ben heel benieuwd wat je geleerd hebt van deze eerste keer?” Hij antwoordde direct: “Ik heb jou leren kennen!” Wat geweldig goed geantwoord !

balk-lo-frisse-visie

In New York City zijn prachtige inclusiepraktijken gerealiseerd waarvan het succes te danken is aan het feit dat de leerkracht centraal staat.

In 2010 was ik met een studiegroep in New York en bezocht daar scholen waarvan 60 % van de leerlingen ‘regular needs’ genoten en 40 % ‘special needs’. Geweldig! Want het liep als een trein. Uit een onderzoek bleek dat ‘special needs’ kinderen van deze scholen beter in hun vel zaten en hoger scoorden op verschillende fronten.
Hoe kon dit dan wél? De reguliere leerkracht leidde de klas. De speciale leerkracht observeerde en nam met regelmaat de 40 % groep in een kleine kring om ze van op maat gemaakte instructie te voorzien. Tijdens de werksituatie kon de speciale leerkracht de kinderen die tussen de reguliere kinderen zaten extra begeleiden. In de centrale instructie stond de reguliere leerkracht centraal en betrok alle leerlingen bij haar instructie terwijl de speciale leerkracht observeerde en noteerde. Op vaste tijden in de ochtend kregen de reguliere leerkracht en de speciale leerkracht 45 minuten om met elkaar te overleggen wat de bevindingen waren van hun observatie en wat ze eventueel zouden kunnen bijstellen. Dit overleg vond elke dag plaats. De groep werd op dat moment waargenomen door assistenten, de kinderen vulden de 45 minuten in met eten/drinken en een spelletje.
 
Een reeks voorbeelden om een eerste ingang te geven in het onderwijs en het speciale onderwijs.
 
Marjolijn Homringhausen
Purmerend