stempel-techniek-def

reageer-knop

BLOG: ‘Geuren, meuren en andere luchtjes’
terugpijl-zwart

balk-rm-techn

foto-Neuzen-smal-1

OVER MIJ
 
Ooit vielen we voor de zweetlucht van de ander. Konden we ruiken met wie we ons het beste konden voortplanten. Onze neus hielp niet alleen met het uitzoeken van een geliefde, maar het hielp op alle vlakken met overleven; het herkende en onthield de plekken waar we geweest waren, we speurden ermee naar onze prooi en het waarschuwde bij gevaar. Onze neus was de waakhond van onze zintuigen.
 
Maar sinds deodorant ons naar bloemetjes laat ruiken en houdbaarheidsdata vertellen hoe lang we ons eet- en drinkwaar mogen bewaren, hoeft dat reukorgaan van ons alleen nog maar uit zijn/haar spreekwoordelijke neus te eten.
 
Ik ben een gewone neus. Maar wel een heel nieuwsgierige, die zich verbaast hoe we met geur onze eigen luchtjes verdoezelen. Met dit blog wil ik onderzoeken wat we waarom wel of niet meer ruiken. Zijn we door de vooruitgang minder goed gaan ruiken of zijn we ons domweg niet meer bewust wat onze neus aan het doen is? Hoe worden we door geur beïnvloed en kunnen we onze eigen neus trainen in het herkennen van meer geuren? Dat doe ik door zowel rond te speuren op dit geurloze internet, als mijn eigen neus te volgen in het echte leven. En ik zal daar verslag van doen; in geuren en eh… meuren.

Ik ruik olijven met rotte eieren
  
Waarom we ons schamen voor scheten
 
De geur van olijvenzeep dringt mijn neus binnen. In mijn hoofd plopt de herinnering op aan oma’s grote bad waar ik altijd in mocht als ik bij haar logeerde. Schuim sist zachtjes in mijn oren. Mijn massagedame heeft zojuist een zak vol zeep over me uit gestort in deze Turkse Hammam. Zoals een moeder haar kind wast, begint ze me te kneden. Totaal ontspannen wil ik hier eeuwig blijven liggen… Totdat haar handen mijn rechter enkel in de greep krijgen en haar vingers zich langzaam een weg door mijn vlees omhoog beginnen te duwen. Hardop schreeuwen durf ik niet. Ik pers mijn lippen op elkaar. Misschien dat juist daarom een onheilspellende druk zich meester in mijn maag maakt en naar buiten wil ontsnappen. Nee niet nu! Hou je in! Geen scheet laten! Niet midden in haar gezicht! Mijn billen spannen zich verbeten samen om niks naar buiten door te laten.
 
Mijn eerste geurblog gaat lekker platvloers over scheten. Ergens gedurende de mensheid hebben wij geleerd ons te schamen en houden wij onze scheten in gezelschap meestal in. Behalve als je kind bent en bij oma trots laat zien hoe in bad jouw scheet als een gasbel naar boven borrelt. Af en toe wordt daar serieus wetenschappelijk onderzoek aan gewijd (zie dit vice poep en scheet verslag).
Van kinds af aan worden we getraind om onze behoeften in te houden en te uiten op plekken die daarvoor bestemd zijn. Daarom schamen we ons bij mensen die we niet goed
kennen en het meest bij degenen op wie we ook nog eens verliefd zijn. Maar de geur van scheet gaat oneindig langer mee dan de mensheid. Waterstofsulfide, oftewel de geur van rotte eieren, is het gas dat vrijkomt bij de rotting van zwavelhoudende stoffen zoals
eiwitten. Dat gebeurt onder andere in onze maag. Maar 1,9 miljard jaar geleden was dat op aarde de alom aanwezige geur.
 
Ondertussen lig ik nog steeds met mijn onderbroek half van mijn samengeknepen billen geschoven een onwillige scheet in te houden. Laat je gaan, ze is heus wel wat gewend, ze voelt zo vertrouwd. Terwijl haar handen bijna bij mijn linkerheup zijn aangekomen beslist mijn lichaam dat dit het moment is… Mijn scheet ontsnapt in een warme opluchting naar buiten. Oehhff…precies waar ik bang voor was. Massage-mamma laat na een paar eeuwigdurende seconden los en flipflopt van mij vandaan. Zie je wel; voor haar ook niet te harden. Rotte eieren vermengen zich met olijvenzeep. Ik schaam me diep en druk mijn neus in mijn handen, ik ben er even niet.
 
De massagedame loopt weg, jouw man klaagt misschien dat je hem op wrede manier vergast en zelf loop je, als het even kan, bij gezelschap vandaan om in je eentje te staan scheten. Waarom vinden we vooral andermans geur vies, terwijl we nieuwsgierig onze zojuist gelaten scheet durven op te snuiven? Mijn ervaring is dat je eigen scheet net als ieder ander kan meuren als je maar even afstand neemt en weer terugkomt in je eigen stank. Dan is je geur niet meer lichaamseigen en ‘ruik’ je er op een ‘frisse’ manier tegenaan.
 
Feitelijk wordt er in ons lichaam, net als bij alles wat aan het vergaan is, door miljarden bacteriën gezamenlijk gegeten en moeten ze daarbij driftig scheten en boeren. De oermens waagde het niet om een stinkend stuk vlees op te peuzelen. De kans op een flinke voedselvergiftiging was te groot. Vinden we misschien daarom scheten stinken omdat het ons instinctief waarschuwt voor verrotting en bederf? Volgens Tuftsnow, worden die heftige gassen niet alleen geproduceerd als onderdeel van het afbraakproces, maar is er ook vaak sprake van microbiologische oorlogsvoering. Dus kennelijk is het een gevecht op leven en dood wie het lekkerste stukje mag verorberen en loop je als bacterie grote kans om daarbij zelf weer opgepeuzeld te worden. Eten en gegeten worden. Zo is het leven op aarde begonnen.
 
Zal me niets verbazen als de oerknal één grote scheet is geweest.
 
Een loeihete emmer water wordt over me heen gegoten en spoelt alle zeep en scheet resten weg. Massage-mamma helpt me overeind en wikkelt me liefdevol in twee enorme badlakens. Scheet-ondoorlaatbaar.
 
Froukje Tan
Rotterdam

donatie-logo