Verhaal: ‘De Vinkeldonfinale’
balk-rm-mooi-of-gek

terug-pijl-als-voorpag-pijl

Machteld wordt gebracht door haar vader, die te laat stopt zodat zij naast de rode loper uitstapt. Onmiddellijk schieten twee guards op haar af die haar naar het midden duwen. Ze is er nog niet aan gewend bij het betere deel van de wereld gerekend te worden. Machteld voelt zich log in de gehuurde baljurk waar haar forse lichaam aan alle kanten uitpuilt. Ze ziet overal om zich heen mensen naar haar kijken, jongeren van haar leeftijd met van die saaie supermarktkleren aan en EU-vlaggetjes in de hand. Haar vader toetert, ze verstijft van gêne, vroeger zwaaide ze altijd nog een keer als hij haar bij de tennis had afgezet, begrijpt hij niet dat je niet kunt zwaaien vanaf een rode loper waar de internationale pers staat te flitsen? Ze wordt verder geduwd terwijl zijn blauwe Mercedes moeizaam door de duizenden mensen ploegt die schreeuwen en de vuisten heffen. Een paar gooien een hek om, rennen de weg op en slaan op de blauwe motorkap. Dan worden ze neergeknald, waarom doen mensen zo?
Al gauw bereikt Machteld de koker van gewapend plexiglas die alles een beetje verdraait. Ze probeert de spandoeken te ontcijferen, “Stop het egoïsme”, ziet ze, en “We pikken het niet!”. Daar een met “Groei = Rood” of staat er Dood? Een wereldbol die met een tennisracket wordt geslagen. Ze ziet geen gezichten, ze kan niet horen of het gegil afkeurend is of van fans komt, ze herkent tussen de tienermeiden niemand van het dorp. Drie weken geleden zag ze hoe het plexiglas werd geïnstalleerd en toen fantaseerde ze nog hoe het zou zijn om daar doorheen te lopen. Ze wordt in de rug geduwd.
 
Asra heeft ervoor gekozen niet in een limousine te komen en ze geniet ervan dat ze zelf het portier van de BMW kan openzwaaien voordat de bewapende bewakers bij de auto zijn. Ze knoopt haar zwarte hoofddoek beter vast, hij zit om haar haren zoals een handdoek na het douchen. Haar zwartfluwelen gewaad bedekt ruim haar ranke lijf, alleen de armen zijn bloot, net zoals wanneer ze tegen de ballen slaat. Ze laat de livreien haar lichaam afschermen voor eventuele scherpschutters, maar loopt flink door zodat ze Machteld inhaalt, die onwillekeurig is blijven staan. Ze geeft haar een klopje op de schouder, glimlacht naar haar en zegt onhoorbaar: “Come!”
 
Het clubhuis is totaal verbouwd sinds miljardair Vink de eigenaar is. Om een echt grandslamtoernooi in Nederland te hebben, kocht hij simpelweg Wimbledon op en toen de klassenonlusten in Engeland begonnen, verplaatste hij het evenement even simpelweg naar Vinkeveen (vanwege zijn naam waarschijnlijk, hij bezit wel tien tennisverenigingen!). In de vrije pers werd de spotnaam “Vinkeldon” verzonnen, maar in de officiële kranten is er slechts trots, Vink is Nederland en Nederland is dankbaar. Het evenement is meteen op de lijst gezet van de Ten Dutch Shows, de gelegenheden waar alle vips zich moeten laten zien. Er zijn talloze mensen in uniform die hen door de gangen loodsen naar de vip-kantine. Machteld tennist hier al sinds ze acht is, maar in de vip-kantine is ze nog nooit geweest.
 
Zodra ze binnenkomen, worden ze begroet als twee vriendinnen op een feest. Het hoort zo, maar Asra voelt het als een voorbode. Machteld krijgt een steek in haar maag als ze beseft dat ze morgen tegenover elkaar staan in haar allereerste WTA-finale waarvan Asra er al wel honderd heeft gewonnen. Er wordt hun een blad met glazen voorgehouden en Machteld neemt een glas met iets geels. Het ruikt zuur. Ze drinkt eigenlijk niet, maar je mag hier niets weigeren. Vink betaalt en Vink bepaalt. Wil hij dat je dronken wordt, dan drink je, wil hij zijn hand in je boezem steken, dan laat je hem. Haar blik wordt onwillekeurig getrokken naar haar eigen uitpuilende borsten en precies dan raken de flitsen haar, o nee, als dat maar niet het beeld is dat er morgenochtend in de krant staat!
 
Asra steekt geen hand uit, zelfs als haar een glas wordt aangereikt. “I don’t want a drink”, zegt ze rustig. Haar toon is beledigd en haar Indiase accent probeert ze niet te onderdrukken. De ober druipt af. Ze hoeft hier geen smoes over haar geloof te verzinnen, een ace voor haar.
Terwijl Asra met korte bewoordingen Nederlandse beroemdheden wegwimpelt die haar onnozele vragen stellen, staat Machteld dromerig uit het raam te kijken. Er komt rook uit de lange schoorsteen van het sanatorium ondanks dat het zomer is. Ze verbranden de doden, denkt ze. Ze moet die gedachten wegdrukken, stel je voor dat ze zoiets zegt straks. Haar zusje is aan De Ziekte overleden, maar ze is begraven, het kan toch niet waar zijn wat ze allemaal beweren? Toch krijgt ze altijd de kriebels als ze de schoorsteen ziet roken. Zo velen die er nooit meer uitgekomen zijn.
 
“Luguber, hè?” zegt een stem naast haar. Een gestylde haarbos, blocknote in de hand, krantenverslaggeefster? “De rook kringelt,” gaat ze verder, “ze verbranden alweer, zelfs vandaag. Hoe voelt dat nou om aan deze kant te staan?”
Niet met “Ehm” of “Nou ja” beginnen, klinkt haar vaders stem in haar achterhoofd. “De zieken zullen het wel koud hebben. Hoe het voelt? Raar! Hier is het hartstikke warm.”
De journaliste kijkt haar verbaasd aan, vorsend. “Jouw zus is er weer uitgekomen, toch?”
Nu is het Machtelds beurt om verbaasd te kijken. Weten ze alles van haar?
“Hoeveel van jouw vriendinnen hebben nou zo’n inkomen als jij?”
“Nou, ik heb niet zoveel …”, begint Machteld voor ze er erg in heeft. Stom! Ze hebben geoefend op zulke vragen. Maar ze is er niet op bedacht nu voordat de persconferentie officieel begonnen is.
“Mijn vader regelt mijn zakelijke belangen”, zegt ze stijf.
“Maar dat is mooi!” zegt de gestylde haarbos met een blik alsof Machteld daarmee tot de uitverkorenen behoort. Dat doet ze natuurlijk. Verward in haar hoofd loopt ze op een ober af en pakt een nieuw glas. Nu heeft ze er twee, het eerste was nog niet leeg. De ober gaat niet weg. Het duurt nogal lang voor ze hem verstaat. Dat ze dat glas aan hem moet geven. Ze zet het volle glas weer weg, draait zich om en vangt de blik van de journaliste. Of ze achterlijk is! Ze had natuurlijk het halflege glas mogen wegzetten.
 
Meneer Vink klapt in zijn handen, hij staat op het podium. Het wordt vrij snel stil.
“Welcome! Welkom!” zegt hij en lacht er zelf om. Hij heeft een microfoon op een standaard hoewel dat niet nodig is in de kleine ruimte. Vinks stem is dun en krasserig, maar zijn woorden zijn breed, het is zijn toernooi en het is fantastisch en hoe mooi is het niet dat het nu in Nederland is. De journalisten zijn opvallend tam, het lijkt of ze vol bewondering aan Vinks lippen hangen. De eerste vraag wordt zachtjes gesteld aan Machteld die dat pas door heeft als iedereen naar haar kijkt. Stotterend vraagt ze wat de vraag was.
“Dat het toch prachtig is dat het in Holland is, dat vind jij toch ook, meisje?” herhaalt Vink.
“Mag ze misschien zelf antwoorden”, vraagt iemand achteraan.
“Ik ben geboren hier in Vinkeveen en ik ben nooit in Londen geweest, dus het was leuk …” begint Machteld. Ze heeft geen microfoon nodig, tot Vink haar onderbreekt:
“Dat zei ik toch!” en Vink gaat meteen verder in het Engels.
 
Asra staat de hele tijd onbeweeglijk met een vage glimlach schijnbaar op de verte gericht. Het is een yoga-posa, in feite houdt ze Machteld scherp in de gaten, die als een klein kind heen en weer staat te wippen. Dat ze juist nu in een finale staat tegen zo’n groentje en de plaatselijke heldin! Heel even twijfelt ze of ze het kan, heel even maar. Wanneer er na de gebruikelijke vragen aan Vink aan haar even afgezaagde vragen worden gesteld, antwoordt ze in keurige volzinnen, kort en zakelijk. Ja, ze is in topvorm en nee, ze is niet onverslaanbaar. Pas als de vraag valt of er morgen een kans is op een verrassing, geeft Asra niet meteen antwoord. Ze kijkt scheef naar Machteld en zegt “Well, we’ll see! Machteld, what about a surprise?”.
Ze spreekt de g-klank aardig goed uit, dat verrast Machteld. De knipoog van Asra begrijpt ze niet, waarom doet ze zo aardig? Ze krijgt geen tijd er over na te denken, ze is aan de beurt. Vorm en tegenstanders, geluk of training, op de eerste vragen heeft ze een ingeoefend antwoord en ze dankt haar vader in stilte. Een vraag in het Engels en ze ontspant. Ze probeert eraan te wennen dat al die mannen en vrouwen met camera’s, microfoons en tablets naar haar kijken. Dat ze voor haar gekomen zijn. Zouden ze het allemaal weten over haar zus en haar school en alles?
“Don’t ask me, ask her”, bijt ineens Asra van zich af. Machteld schrikt ervan.
“Machteld? Hoe beleef jij dat?”
“Wat?”
“De bewaking? De afscherming van de wereld?”
Ze ziet alle ogen weer naar haar draaien, vooral Vinks vernietigende blik, alsof ze nu al iets verkeerds heeft gezegd. Wat was het antwoord dat haar vader voor haar bedacht had?
“Nou, eh… dat gebeurt mij nog niet zo lang. Toen ik de voorrondes speelde, werd ik niet bewaakt, hoor!”
“Het zijn alleen de meest vooraanstaanden die bewaking nodig hebben. En toch is het Nederlandse budget voor bewaking van VIP’s dit jaar groter dan dat voor onderwijs. Wist je dat? Dat de een niet naar school kan, omdat de ander wil tennissen?”
Vink sputtert tegen, maar meteen neemt een andere journalist het over.
“Machteld, er zijn buiten drie jongeren neergeschoten, een was een klasgenoot van jou. Hoe voelt dat?”
Asra lijkt te glimlachen, nee dat kan niet, zij verstaat het allemaal niet.
Wie dan?, denkt Machteld, ze heeft niemand herkend. “Het is naar dat het nodig is”, mompelt ze zoals ingestudeerd. Het blijft stil. Moet ze meer zeggen?
“It is really not necessary”, zegt Asra nadrukkelijk. “There are always other ways.”
Er klinkt geroezemoes en Vink heeft de microfoon wel nodig om gehoord te worden. “But I can not have my players shot, or?”
Asra negeert zijn kwade blik geheel, alsof die niet voor haar bedoeld kan zijn.
Ook een van de jongere journalisten lijkt zich onbewust van Vinks groeiende ergernis. “Je hoort wel stemmen dat sporters hun bewaking zelf zouden moeten betalen van hun vette …”
“Ik ben degene die alles betaalt! Vergeet dat niet!” Zijn stem kraakt door de luidsprekers.
Iemand mompelt: “Maar wel uit de securitybelasting.”
“It is freedom”, roept Vink met een breed gebaar naar de beide jonge meiden. “Deze mensen moeten de vrijheid hebben om hun beroep uit te oefenen, freedom to earn their money without …” Nog steeds met zijn arm uitgestrekt zoekt hij naar woorden, Asra ziet het als een uitnodiging hem aan te vullen.
“Without the need to spend it on common people?” Ze kijken elkaar aan, de multimiljardair en het supertalent, beiden mensen die niet gewend zijn te worden tegengesproken. Zijn gezicht staat strak, het hare glimlachend, zij wint.
 
Een oudere mannenstem vooraan neemt aarzelend het woord. “Wel, dat wilde ik aan Machteld vragen, mag ik een vraag stellen?”. Vink maakt een korzelig gebaar. “Machteld, jij bent geboren en getogen in Vinkeveen, je hebt tien jaar op deze tennisbanen getraind en nu hoor je ineens bij de sterren, hoe voelt dat?”
“Dat is prachtig natuurlijk, een jonge meisjesdroom!” Uit de gerepeteerde antwoorden.
“Ja precies, als jong meisje moet je hier over gedroomd hebben. Misschien herinner je je nog je vriendinnen op tennisles. Ik weet dat je in je eerste toernooi laatste werd, maar inmiddels heb je al die anderen achter je gelaten.”
Er komt geen vraag, maar wel een stilte. Moet ze nu wat zeggen?
“In Nederland is net als in Engeland en Amerika het vervolgonderwijs afgeschaft voor kinderen die op hun tiende onder de honderd scoren in hun Cito. Ze weten dan al dat ze nooit een echte baan zullen krijgen.”
De zachte stem ebt weg, de man laat zijn blik afdwalen naar het raam waarachter de schoorsteen rookt.
“Kun je met een vraag komen, man?” dondert Vink. De verzamelde pers houdt de adem in. De man met de zachte stem neemt zijn tijd.
“Ik was benieuwd of je nog contact hebt met de kinderen uit die tijd.”
“Ik heb een vip-fan-account,” zegt Machteld, “en mijn vader …”
“Je vader regelt je zakelijke contacten, ja dat was niet het soort contact dat ik bedoelde, maar heel veel dank dat je de tijd hebt genomen te antwoorden.” De man draait zich om, lijkt weg te lopen, maar wordt tegengehouden door een guard, je loopt niet zomaar weg bij meneer Vink. Dan bedenkt hij zich: “What about you, Asra? Do you ever come to Assam?”
Asra’s gezicht is de hele tijd neutraal geweest, maar nu trekt het bloed er uit weg. Machteld ziet het, het is als een onweerswolk die daar plotseling hangt. Vink doet of hij niets ziet, hij kijkt de vragensteller strak aan. Die kijkt naar Asra en lijkt tevreden met het woordeloze antwoord.
 
Niemand durft meer wat te vragen. Vink strekt uitnodigend zijn armen uit, maar zijn gezichtsuitdrukking weet hij niet te veranderen. “More questions?” Het is eigenlijk maar een klein mannetje, zowel Machteld als de beveiligingsmensen torenen boven hem uit. Alleen Asra niet. Zij staat op de rand van het podium in haar zwarte gewaad en is toch nauwelijks te zien tussen alle Nederlanders die een halve meter lager staan.
“Wel? Iemand die nog iets wil weten?” Vink draait zich al om, zijn armen zinken slap langs zijn lichaam.
“Yes, I do.”
Vink moet om Machteld heenkijken om Asra te zien.
“I got a letter with my contract. The winner is supposed to pose for your magazine?”
“All my magazines!” sist Vink.
“And in all of them totally naked?”
De journalisten worden wakker. Dit was geheim, dat zie je. Machteld schrikt er ook van, wat stond er in dat contract? Ze heeft natuurlijk nooit gelezen wat een winnaar moet doen, ze is nooit zo ver gekomen. Ze mompelt “Hoezo?”, maar niemand hoort haar.
Asra heeft echter een vlijmscherpe stem die nu vraagt aan Vink of hij werkelijk denkt dat hij haar bezit, dat hij iedereen bezit.
“It’s in the contract”, zegt Vink triomfantelijk.
“No, it is in a letter.”
“The contract says: follow up all instructions.”
Asra doet een stap naar hem toe en steekt haar wijsvinger uit. “I can say it in your language: wwwei pikken it niet!”
Er gaat een klein gejuich op, een paar journalisten achteraan. Vink reageert als gestoken en gebaart naar een paar guards die onmiddellijk erheen benen. Maar Asra is doorgelopen naar de microfoon en klinkt nu oorverdovend: “Leave them alone!”
 
Dan is het stil. Totdat Asra het woord weer neemt en langzaam in duidelijk Engels alle eerder aan Machteld gestelde vragen van antwoord voorziet. Ze spreekt zacht in de microfoon en is o zo goed verstaanbaar. Ze begint ermee dat zij en alle anderen veel te veel verdienen. Het staat niet in verhouding tot de prestatie die ze levert en dan vindt ze die nog heel wat meer waard dan die van bedrijfsleiders en topambtenaren, om niet te spreken van projectontwikkelaars en aandeelhouders. Vink protesteert onhoorbaar. Als iedereen niet meer zou verdienen dan rechtvaardig is en niet meer dan hij weet te spenderen, zegt ze met knipoog en in het gegrinnik laat ze de rest van de zin voor wat hij is.
Dan roept ze: “Everybody wants to work and there is so much to be done!” Die zin doet de luidspekers kraken, maar ze gaat weer heel rustig verder. De bewaking is bespottelijk, maar ook dat ze zich moet onderwerpen aan de nukken van de roddelpers.
“I play tennis, that’s my show. You may see my naked arms when I play, well, enjoy them!”
 
Niemand lacht, niemand durft meer. Vink staat op ontploffen, maar Asra heeft de microfoon nu in de hand en ze gaat gewoon door. Haar toon is veranderd. Ze heeft zonet gezien hoe er jongens zijn neergeschoten, jongens die met hun vuist tegen een auto sloegen, meer niet. In een adem vertelt ze verder over haar halfzus in India, die ze pas sinds kort kent. Ze wist dat haar moeder ooit een kind heeft moeten afstaan en met haar tennisprijzen heeft ze een bureau kunnen betalen die deze meid heeft opgespoord. Dat heeft iedereen in de krant kunnen lezen. En ook hoe Asra die halfzus aantrof in een donker hutje verzorgd door wat buurvrouwen. Ze had al maandenlang geen woord meer gezegd, ze was slachtoffer van een groepsverkrachting, een van de vele in de regio. Asra vertelt het droog, ze weet dat het oud nieuws is. Ze vermoedt dat het woord verkrachting in Nederland eerder statistiekcurves oproept dan medelijden. Wat niet in de krant heeft gestaan, vertelt ze, is dat zij navraag is gaan doen bij de politie. Er was niet eens een onderzoek gestart naar de daders.
“If she wasn’t my sister, they said, she was not worth bothering.”
Daar laat ze een stilte vallen, een stilte die pijn doet. Iemand verschuift een voet, alle anderen kijken om. Vink zegt met dunne stem: “You stop it now!”
Asra negeert hem. Ze vraagt of gewone mensen in Nederland meer betekenen. Waarom er werkloosheid is, terwijl ze zoveel zieke mensen ziet op straat, zoveel jongeren doelloos rondhangen. Wat het idee is dat kinderen moeten doen die vanaf hun tiende weten dat de maatschappij ze niet nodig heeft. Ten slotte informeert ze waarom die schoorsteenpijp rookt van dat gebouw hiernaast.
“Dat sanatorium moet daar weg”, roept Vink.
“Isn’t it yours?” vraagt Asra die hem lijkt te hebben verstaan.
“Enough! You stop it now!” schreeuwt Vink en probeert de microfoon af te pakken. Zij steekt haar hand met het ding in de lucht, terwijl hij ernaar staat te graaien. Dan stoot ze haar knie omhoog. Midden in zijn kruis. Hij krimpt ineen. De guards twijfelen of ze haar moeten pakken, of ze dat mogen, het ontzag voor de internationale ster zit diep. Ze kiezen ervoor om Vink te ondersteunen, ze helpen hem van het podium af en in een stoel. Nu staan alleen Asra en Machteld nog daarboven.
 
Exactly!” Haar stem is zacht, maar intens gespannen. “We stop now!” Ze kijkt rond, herinnert aan de staking die is uitgebroken in Oost-Europa en zich snel uitbreidt. “It’s in France now, it’s in England, it’s everywhere!”
Sommige journalisten knikken, maar Machteld kijkt verbouwereerd, angstig. Ze volgt het nieuws niet echt, maar wat er hier gebeurt, is niet normaal, dat begrijpt ze. En langzamerhand dringt het tot haar door wat er aan het gebeuren is. Ze is twee koppen groter dan Asra, maar ze voelt zich zo klein, zo jong.
Asra ziet het en richt zich nu rechtstreeks tot Machteld zonder haar toon te wijzigen. Wij staken ook, vertelt ze. Geen wedstrijd morgen, helemaal geen wedstrijd meer, zolang … en ze refereert aan een pamflet met eisen dat op een illegale website zou staan.
 
Come on, Machteld, we can do it. Wwwei pikken it niet!”
De oudere journalist met de zachte stem vraagt of hij het goed begrepen heeft: geen finale morgen? “Machteld?”
Alle ogen zijn weer op haar gericht. “Ik weet het niet”, stottert ze.
“Come on, Machteld!” insisteert Asra. “We’ve got the power. I’ve got money. We can do it together.”
Dan richt Vink zich op uit zijn stoel. “Gebruik je verstand, meisje! Als jij meedoet met die … die communist! Je carrière is meteen voorbij. Je leven is voorbij. Je kunt nergens terecht, niemand zal je helpen. Je bent niemand meer. Voor je het weet lig je hiernaast!”
“O ja?” is ze zo stom om te vragen.
“She there is dead! Dead as a pier!” roept Vink, zijn vuist gebald naar Asra. “And don’t you think that anyone is prepared to follow you in the grave!”
 
Machteld?” vraagt Asra, zacht pratend in de microfoon. “We can do it together.” Ze kijkt Machteld indringend aan, het lijkt of ze helemaal niet meer spreekt tegen de journalisten, of ze Vink niet opmerkt. Zelfs de uniforms die overal zijn, lijkt ze niet te zien. Machteld ziet hen wel, maar hun afschrikwekkende ontzag glijdt voor haar ogen van hen af. Ze kijken naar elkaar, ze aarzelen. Ze hebben altijd blindelings het gezag ondersteund, maar het gezag hangt met pijn in zijn kruis op een stoel en van het podium klinkt een duidelijke stem.
 
Machteld? You choose! Egoism? Or stop the egoism? You can win tomorrow without playing. But how? Will you smash away the world? Or embrace it? You will be front page news either way. But you have to choose. Now!”
Het zijn altijd jonge mensen die keuzes maken. Alsof je het daarna niet meer kunt, alsof de moed je uit de handen valt als de reservebal na een serve. Machteld en Asra op een junidag in Vinkeveen. De toekomst zou nooit meer zijn zoals hij bedacht was.
 
 
Spero Etiam

donatie-logo